Historie Kansenzone
De Larenseweg is een hele oude weg. Rond 800 na Chr. is Hilversum vanuit Laren ontstaan. We kunnen aannemen dat de kortste verbinding tussen die twee plaatsen ook de oudste verbinding is.
In de 16e eeuw zijn er kaarten met deze weg. De schrijfwijze varieert nogal. In 1562 is er sprake van Den lare wech. Heel lang heette de weg: (Lage) Laarderweg. Dat onderscheid “lage” is verdwenen. We kennen wel nog de Hoge Larenseweg.
Na 1945 werd de spelling Laarderweg aangepast tot Larenseweg. Er bleek veel verwarring te zijn met Naarderweg/Laarderweg, zodat gekozen is voor de huidige spelling: Larenseweg.
De omgeving van de Larenseweg was eeuwenlang in gebruik bij de Hilversumse boeren. Het was akkerland, waarop onder andere rogge, haver en boekweit werd verbouwd. Na de aanleg van de spoorlijn in 1874 bevonden zich slechts enkele boerderijen aan de oostkant van die spoorlijn. De toenemende industrialisatie en de vraag naar grond, deed veel boeren besluiten hun bedrijf te sluiten. Het akkerland werd verkocht. Veel industriebedrijven zijn zo aan goedkope grond gekomen.
Hilversum kreeg zijn belangrijke spoorverbinding in 1874. Maar er kwamen ook kleine “sliplijntjes” (spoorlijntjes voor goederenvervoer) en een tramverbinding van de G.S.M. Deze spoorverbindingen waren gunstig voor de aanvoer van grondstoffen, mensen en de afvoer van producten. Er vestigden zich verschillende bedrijven in de omgeving Laarderweg en Kleine Drift.
Na Amsterdam was Hilversum de tweede "diamantstad" van ons land. In de wijk "Over 't Spoor" waren ook verschillende diamantslijperijen. Een groot bedrijf zat aan het begin van de Liebergerweg. Het slijpen van diamanten was ongezond werk. Gelukkig waren de arbeiders goed georganiseerd. Veel diamantslijpers hadden T.B.C. Dankzij het werk van Dr. Jan van Zutphen konden patiënten herstelling vinden in Zonnestraal.
In de loop der jaren werden veel woningen gebouwd voor bouwverenigingen. Daardoor groeide de wijk Over ’t Spoor enorm. Vanaf 1970 zijn veel bedrijven verdwenen. De vrijkomende gronden zijn gedeeltelijk al hergebruikt, een aantal herbestemmingprojecten moeten nog gerealiseerd worden.
Bronnen
Tekst: Kees van Aggelen, HHK Albertus Perk
Foto: OudGooi